|
REGLEMENT VAN DE
RASSTANDAARDTEST
Deze test
wil de voorgestelde hond beoordelen in functie
van de F.C.I.-rasstandaard. De test kan
besloten worden met de beoordeling « beantwoordt
aan de rasstandaard » of « beantwoordt niet aan
de rasstandaard ». Ingeval van beoordeling
« beantwoordt niet aan de rasstandaard », wordt
de reden hiervan gemotiveerd op het rapport
vermeld dat na de test aan elke deelnemer wordt
overhandigd.
Deelname
aan de test impliceert de onvoorwaardelijke en
onherroepelijke toelating aan de Belgische
Rottweiler Klub om de aldus over de hond
vergaarde informatie naar eigen goeddunken te
verzamelen, te bewaren, te verwerken, te
verspreiden en zelfs te publiceren, voor zover
dit kadert in de werking van de rasvereniging,
in het bijzonder het op welke wijze dan ook
verschaffen van alle nuttige informatie die voor
de fok van de Rottweiler dienstig kan zijn.
De test
wordt beoordeeld door twee keurmeesters die voor
elke rasstandaardtest opnieuw weer in het
bijzonder door de Raad van Bestuur van de
Belgische Rottweiler Klub worden aangeduid.
Minstens één van deze keurmeesters is een door
het F.C.I.- erkende schoonheidskeurmeester die
daarenboven door de rasvereniging wordt erkend
als rasspecialist. De tweede keurmeester
getuigt bij voorkeur eveneens van deze
kwalificaties of zal op basis van zijn kennis en
ervaring door de Raad van Bestuur aangeduid
worden.
De
beoordeling door de keurmeesters gebeurt in
functie van de rasstandaard en luidt in elk
onderdeel « voldoende » of « onvoldoende ».
Ingeval van
onenigheid tussen de keurmeesters bij de
beoordeling van een onderdeel, krijgt de hond
geen eindbeoordeling maar wordt hij doorverwezen
naar een latere tweede test door andere keurders
of waarbij minstens de keurmeester die een
« onvoldoende » adviseerde vervangen wordt door
een andere keurder. Indien ook op die test
onenigheid tussen de keurders zou bestaan, wordt
de hond beoordeeld als « beantwoordt niet aan de
rasstandaard ».
Behoudens
indien door de keurmeesters een naar hun oordeel
definitieve en onherstelbare diskwalificatiefout
wordt weerhouden, mag de hond die beoordeeld
wordt als « beantwoordt niet aan de
rasstandaard » opnieuw en dan ten vroegste 3 en
ten laatste 6 maanden later opnieuw voorgesteld
worden en dan voor de laatste keer.
Onenigheid tussen de keurmeesters of de hond
opnieuw mag voorgesteld worden, impliceert dat
de hond een tweede keer mag voorgesteld
worden. Op gemotiveerd verzoek van de eigenaar
van de hond kan van voormelde termijn door de
Raad van Bestuur van de rasvereniging een
afwijking toegestaan worden alsook een derde
kans.
Alle
onderdelen van de test worden bij voorkeur door
beide keurders gezamenlijk beoordeeld. Slechts
indien dit volgens hen noodzakelijk wordt geacht
omwille van redenen eigen aan de organisatie (te
groot aantal honden, afstand tussen oefenterrein
en de plaats waar de verkeerstest wordt
afgelegd, tijdsgebrek, enz. ….), kunnen de
testen « gedrag in het verkeer » en
« beoordeling van het uiterlijk » door beide
keurders afzonderlijk beoordeeld worden waarbij
laatstgenoemde test echter verplicht wordt
beoordeeld door de erkende schoonheidskeurder.
Indien dergelijke afzonderlijke keuring leidt
tot het besluit « onvoldoende », wordt verplicht
ook het oordeel van de tweede keurder
ingeroepen. Het onderdeel « karaktertest »
wordt door hen verplicht gezamenlijk beoordeeld.
Voorwaarden
om aan de test deel te nemen :
Om
beoordeeld te worden als « beantwoordt aan de
rasstandaard » moet de hond in alle onderdelen
slagen. De volgorde waarin de onderdelen
worden beoordeeld, wordt vrij bepaald door de
keurmeesters doch aan het onderdeel ‘gedrag in
het verkeer’ mag uitsluitend deelgenomen worden
door honden die slaagden in het onderdeel
‘karaktertest’.
Onderdeel 1 –
beoordeling van het uiterlijke.
|
 |
Deze test
beoogt vast te stellen of de hond in voldoende
mate beantwoordt aan de beschrijving door de
rasstan-daard.
De hond
wordt individueel aan de keurmeester voorgesteld
zoals op een tentoonstelling, aangelijnd en met
halsketting. De
keurmeester geeft van de hond een gedetailleerde
schriftelijke beschrijving, met inbegrip van de
vaststelling van grootte, lengte, borstbreedte
en –diepte, oogkleur, opname van de maten van
het hoofd, enz. … en besluit deze vervolgens met
de beoordeling « voldoende » of « onvoldoende ».
De
beoordeling als « onvoldoende » wordt bondig
doch duidelijk gemotiveerd.
Slechts honden waarvan de
oogkleur gekwalificeerd wordt tussen 1 a en 4 a
kunnen in de test slagen. Honden met een
lichtere oogkleur, vanaf 4 b, worden
fokongeschikt verklaard en kunnen niet slagen in
de proef.
 |
 |
 |
Onderdeel 2 –
karaktertest.
In dit onderdeel wordt
beoordeeld of de hond getuigt van een voldoende
grote zelfstandigheid, een voldoende hoge angst-
en agressiedrempel en of hij, eens geprovoceerd,
ook voldoende snel weer tot evenwicht komt, één
en ander in het licht van de rasstandaard en de
eisen van het vigerend maatschappelijke bestel.
Geven
aanleiding tot de beoordeling “onvoldoende” :
grote angst, overdreven nervositeit, te snelle
of te grote agressie, het niet snel terugkomen
tot rust.
De
keurmeesters kunnen in elke stand de test
beëindigen wanneer zij van oordeel zijn dat de
beoordeling “onvoldoende” zich opdringt. Zij
zullen in dat geval proberen er zorg voor te
dragen dat de hond opnieuw tot rust komt en zijn
vertrouwen hervindt alvorens het terrein te
verlaten.
De hond wordt voorgesteld
met brede lederen halsband of halsketting zonder
strop en een leiband van minimaal 1.5 meter
lengte. Deze attributen worden desnoods door
de organisatoren ter beschikking gesteld.
Het verloop van de test is
als volgt.
1.
Gedurende het eerste
gedeelte van de test zijn twee honden
gelijktijdig op het terrein. Hun geleiders
komen met de aangelijnde hond gelijktijdig het
terrein op, met een tussenafstand van 2 tot
maximaal 5 meter, en begeven zich in de richting
van de keurmeester(s) alwaar zij halt houden en
zich voorstellen. De hond dient bij het
aanmelden een zittende houding aan te nemen.
Dat daartoe een of meerdere bevelen gegeven
moeten worden geeft geen aanleiding tot
uitsluiting doch de hond dient onder controle
van zijn geleider te zijn en mag geen angstige
of agressieve houding aannemen.
Vervolgens begeeft één van
de geleiders zich met zijn hond buiten het veld.
2.
De hond wordt aan volgende
proef onderworpen.
De geleider biedt zijn hond
een speelgoed aan dat door de organisator ter
beschikking gesteld wordt (vb. jutten zak, bal,
bijtworst, enz. …) en zet hem aan tot
geestdriftig spelen. Eens het spel bezig is,
gebiedt de geleider op teken van de keurmeester
zijn hond om het speelgoed af te staan. De
hond mag hier speels maar niet agressief op
reageren. Indien de hond in het speelgoed
en/of in het algemeen het spel geen interesse
toont, wordt dit niet gesanctioneerd.
Vervolgens wordt de hond op
het terrein gebracht aan de leiband die zonder
spanning los doorhangt zodat het gedrag van de
hond kan beoordeeld worden zonder beïnvloeding
of correctie vanwege de begeleider. Hij mag
zich vrij en vrolijk gedragen maar er wordt
verwacht dat zijn gedrag voldoende onder
controle is om een ongehinderde wandeling
mogelijk te maken. Indien blijkt dat de hond
door de geleider onvoldoende gecontroleerd
wordt, kan de oefening door de keurmeester(s)
afgebroken worden en de hond verwezen naar een
herkansing.
Gedurende de ganse oefening
onthoudt de geleider er zich van om commando’s
te geven. Het uitoefenen van dwang of geweld
op de hond heeft onmiddellijke uitsluiting als
gevolg. Als de hond een persoon of voorwerp
besnuffelt of begroet, dan wordt dit kort
toegelaten waarna de hond zonder dwang wordt
weggeleid.
Een groep van minimaal 10
personen maakt een cirkel en stapt achter elkaar
in dezelfde richting met een onderlinge afstand
van enkele meters, daarbij eventueel normaal
converserend doch zonder dreigende bewegingen of
geluiden t.a.v. de hond en/of de geleider.
De geleider wandelt sla-lom
tussen deze personen door in de
tegenovergestelde richting en na alle personen
minstens één keer te hebben gekruist, stopt
minstens één keer voor een persoon en begroet
deze met handdruk en stem. De hond mag tijdens
deze halt om het even welke houding (zit, staand
of liggend) aannemen maar moet zich neutraal of
vriendelijk opstellen, zeker niet angstig,
onzeker, dreigend of agressief. Gedurende deze
halt blijven de andere personen onverminderd
verder doorstappen langsheen de hond.
Vervolgens gaan de op het
terrein aanwezige personen dicht bij elkaar
staan en bewegen kris-kras door elkaar, steeds
normaal converserend en zonder dreigende
bewegingen op geluiden t.a.v. de hond en/of de
geleider. De bedoeling is het scheppen van
een situatie die vergelijkbaar is met deze op
een zeer drukke markt-plaats.
De geleider wandelt
doorheen deze groep mensen, maakt een
keerwending en begeeft zich opnieuw doorheen de
groep in de richting van de keurmeester(s).
Vlak voor de keurmeester(s) houdt de geleider
halt, geeft een hand en stelt zich voor.
Gelijktijdig sluit de groep
zich tot zij de keurmeester(s), hond en geleider
volledig omsluit. Op teken van de keurmeester
opent de groep zich langzaam om vervolgens –
andermaal op teken van de keurmeester – zich
snel te sluiten tot zij de keurmeester(s) hond
en geleider opnieuw volledig omsluit.
Vervolgens maakt de
geleider met aangelijnde hond een wandeling over
het terrein.
Tijdens deze wandeling
wordt een schot gelost, kaliber 6 of 9 mm, op
ongeveer 20 passen afstand.
Vervolgens wandelt hij
doorheen een dubbele rij personen die op een
afstand van ± 2 meter van elkaar staan. Tijdens
deze heenwandeling worden door enkele personen
in de rij allerhande prikkels geuit worden door
vb. zonder voorafgaande waarschuwing een paraplu
te openen, met een doek te zwaaien, een voorwerp
met lawaai op de grond te laten vallen, enz. …,
steeds korte afstand voordat de hond hen voorbij
wandelt. Na de rij te hebben doorlopen, wordt
een keerwending gemaakt en wandelt begeleider
met hond opnieuw doorheen de rij. Tijdens deze
wandeling worden opnieuw, doch door andere
personen, allerlei prikkels geuit. De hond
moet hier neutraal of attent op reageren maar
alleszins onverschrokken en niet angstig of
agressief.
3
Het tweede onderdeel wordt
uitgevoerd terwijl geen andere hond op het
terrein is, op een zo neutraal mogelijk terrein
en bij voorkeur zonder aanwezigheid van andere
personen dan de keurmeesters en hun helpers.
De hond wordt door de
geleider achtergelaten, met de halsband
vastgebonden aan een leiband van minstens 5
meter en maximum 10 meter. De geleider
verwijdert zich uit het zicht van de hond en
onthoudt zich van elk bevel of teken aan de
hond.
Na minimaal 3 minuten
wachttijd gaat een voor de hond vreemde persoon
rustig en zonder dreiging, eventueel de hond
zacht toesprekend, tot bij de hond en verwijdert
zich na enkele tellen opnieuw. Hoewel geen
vereiste, geniet het de voorkeur indien de
persoon de hond kan aaien en/of een snoepje
geven.
Na minimaal
2 minuten wachttijd gaat/loopt een andere
persoon, eventueel met stok doch alleszins
zonder zichtbare bijtmouw in de richting van de
hond en daagt deze uit met lawaai en
dreiging. Hij vervolgt deze sterke dreiging
tot op het ogenblik dat de keurmeesters teken
geven dat de dreiging onmiddellijk moet
afgebroken worden omdat zij van oordeel zijn het
gedrag van de hond in die stand reeds te kunnen
beoordelen. In geen geval mag de persoon de
hond dichter naderen dan 2 meter. De vreemde
persoon verlaat dan onmiddellijk in stilte en
zonder verdere dreiging het zichtveld van de
hond. Op teken van de keurmeester(s) komt
diezelfde persoon na enige tijd terug te
voorschijn en gaat zonder dreiging, eventueel de
hond zacht toesprekend, naar de hond toe. De
hond moet zijn rust en evenwicht dermate
hersteld hebben dat de persoon de hond vrij kan
benaderen. Hoewel geen vereiste, geniet het de
voorkeur indien de persoon de hond kan aaien
en/of een snoepje geven.
Fouten :
Onderdeel 3 – gedrag
in het verkeer
Deze test
beoogt na te gaan of de hond getuigt van een
voldoende sociale geaardheid en bewijst in een
dagelijkse situatie te beschikken over de
gedragskenmerken die in de rasstandaard worden
omschreven als « vriendelijk, vreedzaam,
zelfverzekerd en evenwichtig ».
De
keurmeester(s) en niet de personen die instaan
voor de praktische organisatie beslissen over de
plaats en omstandigheden waarin de test wordt
afgenomen. Bij de samenstelling en
beoordeling ervan zal er zorg voor gedragen
worden dat zij plaatsvindt in een realistische
verkeerssituatie, met inbegrip van auto- en
fietsverkeer, jogger(s), wandelaar(s),
begroeting van een persoon met handdruk, enz. …
. De organisatoren staan in voor het ter
beschikking stellen van het door de
keurmeester(s) gevraagde materiaal en de voor de
testen benodigde personen/helpers.
De test
bevat minstens de beoordeling van volgende
situaties :
-
De
hondengeleider wandelt met zijn aangelijnde
hond over een welbepaald gedeelte van het
voetpad. De hond moet met doorhangende
lijn, rustig onder voortdurende controle van
zijn begeleider wandelen. Hij blijft
onverschillig t.a.v. voetgangers en
verkeer. Tijdens de wandeling zal de
keurmeester of een door deze aangeduide
persoon de hond de weg afsnijden en zal een
fietser (ringelende bel) én jogger de hond
passeren. Na een keerwending wandelt de
geleider met zijn hond in de richting van de
keurmeester, stopt voor deze laatste,
begroet hem met luide stem en handdruk en
maakt een kort praatje.
-
Gedrag
in een (druk bezocht) openbaar gebouw.
-
Gedrag
in een rij begeleiders die elk met
aangelijnde hond in dezelfde richting over
het voetpad wandelen.
De criteria
die de keurmeester(s) zullen hanteren, zijn
onder meer het gemis aan agressie en angst, de
vriendelijkheid t.a.v. mensen en de
onverstoorbaarheid t.a.v. gebeurtenissen die als
dagelijks aanzien worden. Overdreven snelle
of grote angst of agressie geeft onmiddellijk en
noodzakelijk aanleiding tot de beoordeling
« onvoldoende ». |