Het gebit van de hond van iets naderbij bekeken

Iedereen die al eens op een tentoonstelling is geweest, zal opgemerkt hebben dat de keurmeester bij elke hond erg veel aandacht schenkt aan het gebit. 

Waarom ?   Welnu, het gebit is voor de hond uiteraard van levensbelang en een Rottweiler met een niet goed ontwikkeld en/of niet correct of met een onvolledig gebit mag niet gekwalificeerd worden en ook niet gebruikt worden voor de fok.

Een foutief gebit is immers een blijk van degeneratie en is overeenkomstig de FCI-rasstandaard van de Rottweiler een diskwalificatiefout :  

Fouten die aanleiding geven tot diskwalificatie.

  • Gebit : bovenvoorbijters, ondervoorbijters, honden met ontbrekende premolaren of molaren.

Waar let de keurmeester dan op? 

De volwassen Rottweiler heeft 42 gebitselementen, nl. 12 snijtanden (incisivi), 4 hoek- of haaktanden (canini), 16 premolaren (valse kiezen) en 10 molaren (echte kiezen).  

In het melkgebit zijn dit slechts 32 tanden vermits de molaren ontbreken en pas vanaf de vierde maand verschijnen.    Interessant om weten is dat het melkgebit volledig wisselt, behalve de eerste premolaar (P1) die niet wisselt en van meet af aan aanwezig is (of niet)

De snijtanden zijn bedoeld om de pels te reinigen en beenderen af te kluiven.   De hoektanden zijn groot, scherp en dolkvormig waardoor ze geschikt zijn om de prooi te doden en voort te slepen.       Bij het eten kunnen ze het vlees losscheuren.    De premolaren dienen in hoofdszaak om het voedsel te snijden en te scheuren, niet om te kauwen.   

Het gebit moet een schaargebit zijn en wat betekent dat wanneer de bek gesloten is, de bovenste snijtanden licht rakend net iets voor de onderste snijtanden komen.  

Ontbreekt deze lichte aanraking echter en is er dus tussen de ervoor vallende snijtanden van de bovenkaak en deze uit de onderkaak een duidelijke afstand dan spreken we over boven-voorbijten (overbijter).   

Staan echter de onderste snijtanden voor de bovenste snijtanden, dan spreken we over ondervoorbijten (onderbijter).

Beide gebitsstanden zijn foutief en geven aanleiding tot fokverbod.

Het zg. tanggebit - d.w.z. het gebit waar de bovenste en onderste snijtanden - direct recht op elkaar staan, wordt wel nog geduld, d.w.z. geeft geen aanleiding tot uitsluiting van de hond uit de competitie (en de fok)  maar verlaagt wel de kwalificatie van de hond (vb. de uitmuntende hond zal slechts met een zeer goed beoordeling beloond worden).